Epiloog

Epiloog

Aan iedere Camino houd je een ander gevoel over. Mijn eerste Camino, de Camino Francès, van Heerlen naar Santiago de Compostela in 2007 was een geestelijke ervaring, een onderdompeling in het onbekende, een bijzonder periode in mijn leven. Het was mijn Camino.

De enige gelijkenis tussen de Camino Francès en de Via de la Plata is de eindbestemming.

De Via de la Plata of de Zilverroute is een ontdekkingstocht dwars door Spanje van zuid naar noord door onbekende streken en natuurparken. We hebben genoten van de vergezichten, de prachtige steden en van het avontuur. De natuur kan er erg mooi zijn maar daar hebben we doorgaans weinig van gezien omdat alles ontzettend dor en droog was.

Op de Via de la Plata kom je geen massa toerisme en pelgrims tegen en daardoor voelde je je weleens alleen en eenzaam. Geen lotgenoten met hun ervaringen en verhalen. In totaal hebben wij 2 fietsers ontmoet, 1 Duitse wandelaar en 3 Franse wandelaars en nog een aantal Spanjaarden. Ongetwijfeld zullen er meer pelgrims onderweg zijn geweest maar die hebben wij niet getroffen of gesproken. Toch zijn er overal goede hostalletjes en veel albergues. En honger hebben we ook niet hoeven te lijden want restaurantjes waren er ook genoeg. Wel was het slecht gesteld met het ontbijt ’s morgens. Op een paar cackjes of churros, daar konden we echt geen kilometers op fietsen.

Met de verschillen in natuur en omgeving hebben we steeds weer andere ervaringengehad:

*Andalucia met de mooie witte dorpen;

*Extremadura het ruwe en dorre rood, hier zie en voel je de hardheid van de natuur, de felle kleuren, de brandende zon met een staalblauwe hemel;

*Daarna komt het groene beboste berggebied bij Sanabria.

*De overschakeling naar Galicia varieert van groen naar grijs om grauwgrijs te worden in Santiago.

Wat is mij het meest bijgebleven:

* De fietstocht in het pikkedonker en over de snelweg van de luchthaven naar ons hotel in Sevilla;

*Sevilla, de machtige kathedraal Giralda, de wijk Santa Cruz, een waar doolhof van straatjes, pleintjes en schitterende patio’s;

* De zware start en beklimmingen van de eerste 2 dagen;

*El Real de la Jara het verblijf bij Carmen en de hulpvaardige nonnen;

*Mérida wat een stad vol antiek, Romeinse historie en…op de fiets alle bezienswaardigheden bezocht. Een voor mij totaal onbekende stad;

*Cáceres een juweeltje van een antiek goed bewaarde ommuurde kern;

* Poort van de Taag waar we nauwlettend vanuit de lucht in de gaten werden gehouden door 27 vale gieren;

* Het hobbelige 7 km lange zanderig karrenspoor dat Via de la Plata heet met de triomfboog Arco de Cáparra en de opgegraven ruines;

*San Pedro de Rosados met z’n rustige albergue waar we met een zweverige Duitse vrouwelijke pelgrim het huis deelden;

*Salamanca het hoogtepunt van de rit, een echte bruisende droomstad met de in barokstijl opgetrokken en mooiste “Plaza Mayor” van Spanje;

*Zamora de grootste verrassing van alle steden en dorpen, onbekend maar een prachtig bewaarde stad met vele mooie gerestaureerde gebouwen en kerken;

*Pueblo de Sanabria rustig bergstadje op de rots;

*Padomelo afzien en het klimmen naar de tunnels;

*Vérin met eindelijk na 150 km een fietsenmaker gevonden die de gebroken spaak in mijn achterwiel kon vervangen;

*Allariz, het mooiste plaatsje op dit deel van de route waar we werden aangesproken door een Spaanse Bosschenaar;

*De eeuwen oude Romeinse mijlpalen, de milliario, soms langs de route;

*Ourense het slechtste 4 sterren hotel ooit;

*Helaas de ontdekking van Ben dat Santiago geen 150 km meer was maar 105 km waardoor we een stuk van de route hebben moeten afsnijden omdat hij geen meter extra meer wilde fietsen;

*Santiago de Compostela de aankomst op het plein aan de Kathedraal waar Ellen en Maarten stonden om ons in te halen.

Ik kwam opnieuw op veel plaatsen waar ik het bestaan niet kon van vermoeden en kwam in contact met de plaatselijke bevolking, soms vriendelijke en behulpzame maar soms oh zo knorrige mensen. Rijk waren ze niet.

De tocht was zwaar, het was nooit vlak. Je moest geen cols beklimmen maar hellingen en bergen volgden elkaar vlug op. De hoogteverschillen waren wel enorm. Sevilla ligt op zeeniveau (0m) en de grens van Extremadura al op 700m, Béjar op 950m, de tunnel Padornelo op 1320m en Santiago dan weer op 250m hoogte. Maar dat zegt niet alles, het blijft voortdurend op en af gaan.

De grootste moeilijkheidsgraad gaf de enorme hitte, 16 dagen lang temperaturen tussen de 35 en 40°C en de brandende zon op je rug. We vertrokken ’s morgens om 8.00 uur omdat het dan pas licht was en wij niet in het donker durfden te fietsen tussen de dikwijls hardrijdende en roekeloze Spanjaarden.

De wegen zijn afwisselend goed tot zeer slecht. Soms met weinig autoverkeer en soms scheuren de auto’s en vrachtwagens op een meter afstand langs je. Er is voor elk wat wils maar je moet vooruit…….zand, grevel, keien en asfalt met en zonder gaten. Langs de wegen is er weinig schaduw.

Maar………ik heb genoten van elk moment. Elke dag was een verrassing. Elk dorp, elke stad, alle vergezichten waren droommomenten.

Wetend dat ze je dat nooit meer kunnen afnemen, is………….. heerlijk fantastisch!

Ben, bedankt je bent een fijne vriend en fietsmaat, soms mopperend maar aan het einde van de dag altijd gezellig en vol humor. We kenden elkaar al erg goed maar hebben elkaar weer beter leren kennen.

Bedankt iedereen die erbij betrokken was.

Jan

21 September 2009

21 september 2009

de aankomst

Om 11.00 uur gaat het verder de smalle straatjes in richting van de kathedraal van Santiago. Als pelgrim vallen we hier zeker niet op, hoewel we uit het ongebruikelijke zuidelijke Sevilla komen.
Op de Praza do Obradoiro, voor de kathedraal, is het

gezellig druk. Overal mensen en veel pelgrims met rugzakken. Er is geroezemoes, klinkt gelach en hoor je flarden muziek. Onder enthousiast applaus van Ellen en Maarten komen we aan op de Plaza Obradoiro. Het laatste stukje was een fluitje van een cent en kunnen we geen etappe noemen. Er scheen een heerlijk zonnetje.

Inmiddels is het tegen twaalven en we zijn juist op tijd voor de pelgrimsmis. Ik ga de indrukwekkende Romaanse kathedraal in en laat de stilte op me inwerken.
Hoewel niet zo devoot, is dit hét moment van dankbaarheid dat het tot een goed einde is gekomen. Het is toch weer een grote onderneming geweest met alle risico’s die daar bij horen maar gelukkig is alles goed verlopen.

20 dagen zijn nodig geweest om hierheen te fietsen en je bent daar werkelijk een beetje ontroerd door. Al meer dan 1000 jaren komen pelgrims naar deze plek, vinden er rust met Santiago als patroon en je bent onderdeel van deze oertraditie.
Is dit spiritualiteit? Ondanks mijn sterk pragmatische inslag en wereldse kijk op de zaken ben je geraakt en mediteer je. En natuurlijk is er alle respect voor pelgrims die dit nog dieper ervaren.

De kathedraal is bomvol en dan te bedenken dat het een modale maandag eind September is. De aangekomen pelgrims worden voorgelezen zonder naam en inderdaad; twee pelgrims op de fiets vanaf Sevilla komen ook voorbij!
De Botafumeiro wordt helaas vandaag niet gebruikt. Op hoogtijdagen en zondag doet men dit wel en het moet een spectaculair gezicht zijn dit reusachtige wierookvat door de hoge gewelven te zien slingeren, getrokken door drie “klokkenluiders”. Het vat past precies tussen de banken door.
Vroeger, zegt men, was dit noodzakelijk om de kwalijke geur van de pelgrims te onderdrukken.   
De pelgrimsmis is een waardige afsluiting van de tocht of men nu wel of niet gelovig is.
Na wat zoeken in de vele zijkapelletjes vinden we het altaar met Santiago afgebeeld als schutspatroon van de Reconquista, zwaaiend met zwaard, zittend op een paard: Matamoro, of Morendoder.
In vele plaatsen in Spanje wordt hij als zodanig al vanaf de middeleeuwen afgebeeld, maar kennelijk ligt dat op dit moment gevoelig. Vòòr de afgehakte Morenhoofden en bloederige kromzwaarden heeft men, zeer politiek, bloemen geplaatst!

Na de mis op naar het Officina de Peregrinos dat iets verder, in een middeleeuws gebouw, aan de Rúa do Vilar ligt.

Het is gelukkig niet zo druk op dit tijdstip en eind September. In de zomermaanden is het hier toptijd en filelopen. Op de eerste verdieping wordt door vrijwilligers onze Compostela uitgeschreven.
De stempels in het Credential worden hiervoor gecontroleerd en je naam wordt keurig in het Latijns ingevuld. Vlak voor ons wordt aan 3 pelgrims de Compostela  geweigerd. Zeker is dat het aantal stempels onvoldoende was. Zichtbaar teleurgesteld dropen ze af.
De Compostela is gratis, hoewel een donatie op prijs wordt gesteld. Het blijkt dat er nog niet zoveel pelgrims vanuit Sevilla op de fiets arriveren.
Voor mij is dit de 2e Compostela na in 2007 de Camino Francès vanaf Heerlen gefietst te hebben.

Hierna hebben we onze fietsen met de overtollige bagage ingeleverd bij de transporteur Soetens. Het zit erop en nu zitten we aan een heerlijk flesje Rioja en daarna gaan we Santiago verkennen.
☼ De kathedraal van Santiago is een geweldig monument uit de 11e eeuw. Natuurlijk is er in de eeuwen veel bij- en afgebouwd.
De voorgevel is in 1700 voor de oude Romaanse kerk gezet en is typisch overdadig Spaans Barok. Omhoog kijkend staan 3 Jacobs beelden in het bovenste gedeelte van de gevel.
De tegenwoordige gevel is als het ware voor de oude gevel uit 1100 gezet, waardoor deze keurig intact is gebleven en via deze Portaal van de Glorie, de Pórtico de la Gloria, treed je binnen. Gebruikelijk was, dat de pelgrims de zuil aan de voet van de apostel aanraakten en zelfs kusten en daarmee extra genade van de apostel verwierven.
Nu is deze zuil afgezet en kan niet meer beroerd worden. Door de vele miljoenen pelgrims sleet de zuil, met het eronder liggende kopje van de bouwmeester Mateo, compleet weg.

Als je de kerk verder in gaat, vallen de hoge gewelven op. Typisch Romaans met ronde bogen, dikke muren en weinig ramen. De kerk heeft een kruisvorm met crypte achter het altaar.
In de crypte, volgens zeggen, de relikwieën van Santiago en er kan via een smal gangetje onderdoor gelopen worden.
Boven de crypte heeft men een nauwe doorgang met trappetjes omhoog gemaakt en kan een groot koperen hoofd omarmd worden. Ook hier denken mensen extra genade mee te krijgen, of men dit wil ligt aan een ieder persoonlijk.
2 Jaar geleden was ik hier al langs gelopen, maar als nuchtere Hollander ben ik hem nu niet gaan omarmen.
Hou er rekening mee dat het erg druk is voor deze gangetjes en lang in de rij gestaan moet worden, tenzij je vroeg bent natuurlijk. Alle Spanjaarden en vooral de vele busladingen komen hier langs. Overal in de zijkanten zijn kleinere kapelletjes en altaren gewijd aan andere heiligen zoals Maria.
Voor degenen die zich geroepen voelen kan in diverse talen overal gebiecht worden in de open biechtstoelen.
De klokkentoren is er in 1676 bijgezet, terwijl vier grotere pleinen om de kathedraal aanwezig zijn. Deze lopen in verschillende niveaus in elkaar over en zijn omgeven door historische gebouwen en kronkelige nauwe straatjes. Kortom zeer levendig, waarbij de Galicische muzikanten en Gaita geluiden, de veelkleurige pelgrims en niet te vergeten de 30.000 studenten aan bijdragen.
Eigenlijk heeft elke windstreek om de kerk een grote mate van eigenheid en moet beslist bezocht worden. Door de kathedraal lopen we weer naar de Plaza do Obradoiro aan de echte voorzijde van de kerk. Via de trappen loop je naar beneden en overzie je dit reusachtige centrale plein, waar iedere pelgrim aankomt en regelmatig te vinden is.

Huilend gaan ze soms op de grond liggen en kijken naar de kerk. Op de stenen banken aan de zijkant is het lekker zitten en zijn de historische gebouwen goed te bekijken. Het plein is levendig met muzikanten en groepen uit de hele wereld.
Met de medepelgrims wissel je ervaringen uit. Er zijn veel fietspelgrims en natuurlijk de vele Camino Francès lopers. De Praza do Obradoiro die aan de westzijde ligt, is met de hoofdingang het belangrijkste en verreweg het grootste. Dit is hét plein van Santiago met zicht op de kathedraal en regelmatig kom je hier terug.
Naar het noorden kijk je op Hostal de los Reyes Católicos. Hostal klinkt mooi maar het is een peperdure Parador met inderdaad Koninklijke uitstraling. En dan te bedenken dat het ooit in 1500 is opgericht als pelgrimshospitaal.
De gevel is Plateresk met magnifiek beeldhouwwerk.

 ☼  Hostal los Reyes Católicos
Deze meest luxueuze Parador van Galicië, waar de Spaanse Koninklijke familie overnacht als ze hier op bezoek zijn, is van oorsprong een pelgrimshospitaal.
Dit houdt men in ere door per dag 10 à 15 pelgrims gratis te eten te geven.
Hiertoe moet je zorgen voor een kopie van je Credential en op tijd, “a Bajo”, d.w.z. beneden (links van het gebouw) te zijn. Hier is de personeelsingang en word je wel of niet geaccepteerd. Aan de stempelkaarten zie je dat er maar liefs 200 personeelsleden in deze Parador werken!
In de keuken krijg je een dienblad en wordt een simpel maar gratis 3 gangen menu met een blokpakje wijn geserveerd. Natuurlijk word je weggehouden van de “Gasten”.
Dit alles kan geconsumeerd worden in een speciale “Comedor Peregrino”, ofwel pelgrimseetkamer.
Maximaal kan men hier 3x voor in aanmerking komen. Één keer dit meemaken is bijna een must. Misschien na de onze wandeling hier naar toe in 2010.

Vanaf de kathedraal kijk je ook over het Praza do Obradoiro uit op El Palacio de Rajoy, het raadhuis uit de 18e eeuw.
Aan het plein liggen verder; Het Colégio de San Jerónimo, uit de 15e eeuw en de bestuurszetel van de Universiteit.
Het Pazo de Xelmirez, burgelijke bouwkunst uit de 12e  eeuw en het Colegio Fonseca uit de Renaissance.

De ingang in de kathedraal aan de zuidzijde vanaf de Plaza de Las Platerías is de oudste en vanaf hier loop je zo de oude straatjes in zoals Rúa do Villar met zijn Arcaden.

De Plaza de Quintana aan de oostzijde wordt ingesloten door de strenge oude muren van kloosters en is geplaveid met grote stenen platen. De heilige deur van de Kathedraal komt erop uit. Deze deur wordt alleen geopend in jubel jaren, d.w.z. als de naamsdag van Jacobus, 25 juli, op een zondag valt. De eerst volgende keer is dit in 2010. In zo’n heilig jaar wordt de Kathedraal extra bezocht door locale Spanjaarden en drommen mensen staan in de rij om door deze deur te mogen. De Plaza de Quintana is makkelijk afsluitbaar en wordt gebruikt voor optredens.
De Plaza de Azerbachería aan de noordzijde is wel de rustigste kant. Het heeft een barokke gevel en er tegenover ligt het voormalige Benedictijner Convent San Martín Pinario uit 1500 met veel bezienswaardigheden zoals een barokke kerk en een geweldig hoofdaltaar.
Aan dit plein ligt ook een gezellige en onder pelgrims bekend onderkomen en bar “La Campana” met de zo aanwezige Doña Josefina.
Natuurlijk is er, behalve de monumenten bekijken, ook tijd voor de gezellige binnenstad met zijn vele winkeltjes onder de arcaden, die ’s winters met veel regen wel nodig zullen zijn.
Vooral de terrasjes zijn heerlijk. We laten de sfeer goed op ons inwerken.
Overal is een groot aanbod aan visspecialiteiten. De oceaan is immers dichtbij.
Een erkend goed en goedkoop Restaurant is Casa Manolo aan de Plaza de Cervantes. Een menu met wijn kost er €8,-, een halve liter pils maar €1,80. Wij gingen naar tapasbar Casa Rosali in de Rua de Franco waar je heerlijke pinchas, raciones, salteandos, revueletos maar vooral tapas kunt eten. De restaurants in Santiago zijn gezellig en niet zo duur.

 

20 September 2009

20 september 2009
dag 20

Lalin naar Santiago de Compostela
weer 15°-27°, wisselvallig met een zonnetje
overnachting hotel Hesperia Gelmirez
dagafstand 52 km, totale afstand 1102 km
hoogte 250 m

De laatste loodjes beginnen eraan te komen. Om 10.15 uur (het wordt steeds later) weggereden in Lalin en al vlug zaten we weer in de pittige klimmetjes. We volgen de carretera, de N-525, rechtstreeks want dat is de kortste weg. Je denkt telkens “we zijn er bijna” maar dan gaat het weer omlaag en omhoog. Elke keer duikt er weer een bergrug op en is het de vraag; wat zit er achter? Maar het betekent wel steeds weer behoorlijk klimmen, het is toch nog een pittige route! Echt het laatste loodje. Het is in ieder geval mooi groen met veel bossen, waar de Eucalyptusbomen onregelmatig uitsteken en een wat tropisch tintje aan het landschap geven. Om 11.30 uur zijn we al in Bandeira en daar maar lekker een café con leche gedronken. Het weer was wat wisselvallig. Zo moet je een jack aan en even later schijnt het zonnetje en fiets je weer in je polo. Een paar druppels motregen kwamen op ons neer maar het was zo weinig dat we daar niets over zeggen. En steeds maar denken; achter de volgende heuvelrug zie ik Santiago, maar nee steeds weer een nieuwe bergrug met huizen en antennes. Totdat in de verte een stedelijke bebouwing opduikt en het voor de laatste maal echt omhoog gaat naar de kruising van de N-525 met de Autopista Central Gallega en de Autopista del Atlantico. De wegen worden nu omzoomd door een soort trottoir en na 500 m plotsklaps het bord Santiago! We zoeken het hotel Hesperia op waar we ook in 2007 hebben geslapen. Laat die nu toevallig een pelgrimsaanbieding hebben. De fietsen konden we in een grote ontvangstzaal zetten en we waren daar niet alleen. Er stonden nog een 7 tal fietsen van pelgrims. Morgen fietsen we door naar de finish op de Plaza de Obradoiro voor de kathedraal van Santiago en daar zullen Ellen en Maarten ons op staan te wachten.

19 September 2009

19 september 2009
dag 19

Ourense naar Lalin
weer 12°-22°, af en toe een zonnetje
overnachting hotel El Palacio
dagafstand 68 km, totale afstand 1050 km
hoogte 814 m

Om 9.00 uur zijn we vertrokken door de stad op weg naar de Romeinse brug over de Miño. De stad uitkomen is geen probleem; alles gaat naar beneden richting rivier. Onderweg zie je pas dat het een grote stad is van 110.000 inwoners.
Over de indrukwekkende Romeinse brug gaat het hoog over de rivier. Vandaag zouden we via Cea naar Rodeiro fietsen. Naar Santiago was het nog ca. 180 km. Toen Ben een bord zag Santiago 102 km was hij niet meer te houden en wilde in een rechte lijn over de N-525 naar Santiago fietsen. Jammer want daardoor hebben we de Monasterio Oseira en Vila de Cruces gemist. Uit dit dal omhoog vergeet je niet snel; meer dan 2,5 kilometer bloedsteil  beulen. Van 180 m gaat het naar meer dan 500 m hoogte! Opvallend veel vervallen huizen staan er nog steeds langs de weg. Het platteland loopt hier ook leeg. Omstreeks 12.00 uur kwamen we aan in Cea. Het plaatsje heeft een leuke Praza Maior met een opvallende, apart staande klokkentoren en een vriendelijke bevolking. Men begon hier net de kermis op te bouwen en iedere kroeg was zich aan het voorbereiden op dit feest. In bar O Vatico ging de café con leche met een koek er goed in. Net buiten het stadje was een kerkhof met hórreos. Cea staat bekend om zijn brood, pan de Cea. Vanwege de omvang was het niet geschikt om in je fietstas mee te nemen. Langs de weg staan veel hórreos die moesten worden gefotografeerd.

☼   Hórreos
Dit zijn granieten langgerekte speciale bouwsels op poten. De boeren bewaarden hierin hun voorraden maïs, koren, uien en groente,
Het voordeel was dat deze producten goed drogen konden, want de wind had vrij spel, terwijl het ongedierte en vooral muizen er niet bij konden komen.
Het onderstel is van graniet en de wanden zijn van graniet of hout met spleten voor de ventilatie.
Het dak is van planken, leisteen of zelfs stro. De vormgeving van deze pittoreske gebouwtjes is typisch voor Galicië en veel van deze Hórreos zijn als monument beste mpeld.
De Galiciër vindt dit wel mooi, want zelfs bij nieuwe woningen wordt vaak een oude Hórreo, alleen voor de sier, opgericht.

Van Cea naar Lalin was nog een pittig stukje. Onze weg vandaag was een kruising tussen de Ardennen en Monschau.

Ook heb ik als de program-meur van onze GPS ons een aantal extra km bezorgd. De heuvels en bergen wennen steeds meer en we fietsen er steeds gemakkelijker tegenop. Je wordt er niet minder moe van maar het wordt routine. Maar door dat vele klimmen schiet je geen meter op. We zijn weer behoorlijk gestegen en hebben 65 km gefietst. In Lalin kwamen we pas om 17.30 uur aan en vallen we weer midden in een fiesta. Overal lopen maffen met mutsen, trommels en doedelzakken rond. En er is natuurlijk een kermis. Na het douchen nog even het stadje ingelopen en de kerk. Nou die zat ouderwets stampvol. Morgen gaan we er nog een dag tegenaan en verwachten maandag in Santiago aan te komen.

18 September 2009

18 september 2009
dag 18

Allariz naar Ourense
weer 12°-22°, af en toe een zonnetje
overnachting hotel Princess
dagafstand 25 km, totale afstand 982 km
hoogte 188 m

Vandaag op basis van de weervoorspellingen van tv en krant beducht op slecht weer en regen. Gezien de kou en de dagprognose vertrekken we deze en komende dagen wat later. Dus vandaag 9.00 uur ontbijt, alle regenkleding aan en na een half uur uit de kou en mistflarden het redelijke weer in gereden. Dus nat en bezweet alles weer uit. Een stukje gelopen en enkele korte klimmen maar die waren goed te fietsen.

Om ca. 12.30 uur zijn we aangekomen in Ourense. Onderweg veel foto’s gemaakt van horreo’s en alles wat aardig lijkt. We werden nog van de weg gereden door een Spaanse-Duitse mevrouw die haar hulp aanbood. Ze vertelde tijdens haar gelukkig arbeidsleven een vermogen te hebben opgebouwd met 20 jaar werken in Duitsland. Ze attendeerde ons op thermische baden die hier waren, waardoor wij geheel fit weer door konden fietsen. We hebben er even naar gezocht en ze niet gevonden.
Ourense is tegen de berghelling opgebouwd en het is zwaar klimmen langs schuine oude straatjes, trappen en pleintjes, maar wel heel mooi. Van bovenaf kijk je uit over Ourense, wat een zeer oude stad aan de Rio Miño is.

We hebben de kathedraal, de andere kerken en de refugio voor pelgrims bezocht. De refugio is gebouwd in het oude Franciscanenklooster uit de 14e eeuw. Achter de oude gevel heeft men een mooie houtconstructie gemaakt met functionele ontvangsthal, slaapzalen en sanitaire ruimten. De wasjes hingen binnen en buiten te drogen
De rest van het gebouw wordt nog gerestaureerd. Aan de achterzijde is de begraafplaats, slordig en slecht onderhouden. Je zult er maar moeten liggen.

 

  Las Flechas Amarillos, de gele pijlen

De gele pijlen zijn de algemene richtingaanwijzer voor de Caminos naar Santiago. Welke route ook, overal zie je dezelfde gele pijlen. Ik heb deze zomer wel eens gedacht dat deze pijl afkomstig is van de “gele pijl”, een plant welke in

     
     
     

toortsvorm uitbundig bloeiend langs de Camino Francès staat.
De pijlen worden aangebracht met een lik gele verf op een boom, steen, wegdek, stoeprand of muurtje. Helaas is niet altijd even duidelijk welke richting men nu opmoet.
Vaak heeft men bij een tweesprong de pijl vergeten. Enig logisch nadenken is noodzakelijk. Pas dus op als de richting plotseling verandert. Ook zijn plaatselijke pijlen soms verwarrend, zoals in Ourense waar een bekenroute ook geel is aan gegeven. Soms zijn pijlen overwoekerd of verwijderd en het is welhaast onvermijdbaar dat de verkeerde weg wordt ingeslagen. Vooral in de steden is de bepijling vaak slecht of afwezig.
Hier moet je zorgen de goede uitvalsweg te vinden.
De Spaanse “Amigos de Santiago” verzorgen deze pijlen, waarbij elke afdeling een traject doet. Hierdoor zijn sommige stukken zeer duidelijk aangegeven, terwijl op het volgende traject de pijlen verbleekt zijn en niet te vinden.
Pelgrims zorgen bij moeilijke stukken nog wel eens voor een “Stein-männchen” of een pijl van stenen.
De verschillende provincies hebben op regelmatige afstanden stenen zuilen staan. In Andalusië zijn dit basalten zuilen met pijl, in Extremadura lage stenen vierkanten, met een markering van groene en gele tegels of men op de historische Via de la Plata loopt of niet.

In Castilië y León zijn ook weer stenen zuilen aanwezig met soms varianten bedacht door dorpen onderweg.

Galicië heeft de mooiste stenen met een symbool van de Jacobsstaf met kalebas erin gebeiteld. Hier overheen heeft men toch nog vaak de gele pijl aangebracht. Ook zijn stenen afstandspaaltjes geplaatst, met een koperen plaatje, waarop de nog te lopen afstand tot Santiago is aangegeven.

Ourense

Ourense is de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De oorsprong van de stad ligt bij de Romeinse brug en de door de Romeinen zo geliefde hete bronnen. De machtige architectuur van de brug verbindt de oevers van de Miño.
De Burga de Abaixo is een warme bron van 19e eeuws neoklassiek ontwerp met drie pijpen. De Burgo de Arriba is een populaire bron uit de 17e eeuw. Jammer dat we deze bronnen niet hebben bezocht en een dagje extra hier zijn gebleven. Hadden we maar de raad van de Spaans Duitse mevrouw opgevolgd. Slapen, eten, baden, massage alles hadden we dan meegemaakt en waren herboren en volledig gereviseerd aan de laatste etappen kunnen beginnen.

De barokke gevel van Santa Eufemia staat naast een van de belangrijkste renaissance paleizen van Galicië, het paleis van Oca-Valladares

Het Plaza Mayor in de oude binnenstad is een voormalige marktveld. Andere stadspleinen dragen ook de namen van oude markten: het graanplein, het ijzerplein en het zoutplein. Het raadhuis heeft een classicistische gevel, met galerij aan de straat, een balkon en is bekroond met blazoen en klok. Boven de naastliggende trap toornt de mooie barokke kerk van Santa María Madre uit.

De kathedraal is inderdaad erg mooi en stamt uit de 12e eeuw. De bekende bouwmeester “Mateo” die ook de schepper is van de oorspronkelijke kathedraal in Santiago met zijn Pórtico de la Gloria, heeft hier de Pórtico del Paraíso (Portaal van het paradijs) geschapen. Je kunt de kathedraal het best betreden door de zuidelijke deur, die de meest interessante is; een goed voorbeeld van de overgang van romaanse naar gotische architectuur.
Hierna zijn we op het Praza Flores gaan zitten. Lekker achter een ceveza.

Ourense is minder indrukwekkend als andere steden. Totaal hebben we ca. 4 uur door de stad gestruind. Daarna terug gegaan naar het hotel voor een dutje.
Om 21.00 uur een restaurant gaan zoeken tussen etende en drinkende mensen die in het uitgaansquartier van de stad staande tapas aten met een bier of wijntje. Uiteindelijk iets gevonden waar we zittend konden eten. Tegen middernacht  waren we terug in het hotel, het slechtste hotel van de hele reis, maar wel met vier sterren. Het was nog niet één ster waard. Ons wasje was inmiddels droog dus pitten maar. Nog 4 dagen met gemiddeld 50 km per dag maar we moeten nog wel weer klimmen. Morgenvroeg kunnen we pas laat vertrekken want op zaterdag is om half tien ontbijt.

 

17 September 2009

17 september 2009
dag 17

Vérin-Monterei naar Allariz
weer 12°-22°, mistig, dreigende wolken en af en toe een zonnetje
overnachting Pension Pallabarro www.pallabarro.com
dagafstand 47 km, totale afstand 957 km
hoogte 462 m

Na een aardig ontbijt om 10.00 uur vertrokken met een bleek zonnetje en fris. We wisten vooraf wat ons te wachten stond na de afdaling gisteren van 9 km met hellingen van 5-7%. Staat vandaag op het menu klimmen 10 km met een stijging van 7%. Na 2 uur waren we amper opgeschoten en bleef het fors klimmen. We moesten klimmen van 393 meter naar 849 meter. Lopen en fietsen wisselden elkaar af. Het werd kouder, de wolken werden grijs en dreigender. Over de nattigheid van het klimmen kwam nu de koude wind en het zonnetje was weg. Eenmaal boven waren we bij de Pas Alto de Estaves. Verkleumd gestopt bij een dorpscafé om op te warmen en op te drogen. Na 2 glazen koffie met Kittekat waren we na 45 minuten zover dat we weer verder konden. Ploeteren, zweten en worstelen. Van alles aan gedaan maar alles was toch al nat.  Niet te geloven het zonnetje kwam even door en dan is het direct weer lekker en behaaglijk. In Sandrios op een bankje het overgebleven brood van gisteren en een homp kaas opgegeten. Wat kan een mens toch met weinig blij zijn.
Daarna nog een klein klimmetje naar de Pas Alto de Allariz en met een mooie afdaling Allariz bereikt.

Allariz

Allariz is een schitterend plaatsje. Het mooiste plaatsje op dit deel van de route. Bekend om zijn handenarbeid en traditionele producten. Het heeft een oude kern met sfeervolle straatjes. Het kleine Allariz heeft maar liefst zes oude kerken en zeven musea. Fraai kronkelt zich de pikzwarte Rio Arnonia door het stadje. Langs de oevers zijn groene promenades. We hebben zelfs een kerkhof bezocht, andere streken, andere zeden.
Ons hostal Pallabarro is een geweldig gerestaureerd hoekhuis in de Rua Sur, middenin het historische stadje. En niet te geloven werden we aangesproken door een Spanjaard die in Den Bosch geboren en opgegroeid was. Zijn ouders waren als gastarbeider naar Nederland gegaan en na hun pensionering teruggegaan naar Spanje. Hij had nu zijn eigen bar El Pincho.

’s Avonds een menu met 4 gangen gaan eten in het gelijknamige restaurant waar we het hele verhaal over restaurant en pension te horen kregen. Zij was Spaanse en hij een Italiaan uit Napels. 10 jaar geleden hadden zij hier een bouwval gekocht en in 9 maanden gerestaureerd tot restaurant, hostal met 4 kamers, bar en een tuin. Prachtig, dit is het omrijden waard.

Vandaag hebben de planning gemaakt voor de komende dagen. Morgen gaan we naar Ourense, 25 km verder en daarna fietsen we in 4 etappes naar Santiago de Compostela waar we dinsdag 22 september verwachten aan te komen. Zal dat lukken?

☼ Dagelijkse wasje

☼  De kleding die we dragen wordt dagelijks gewassen en gedroogd. Dat doen we volgens de methode van der Linden. De van der Lindens zijn we tegengekomen op de Santiagotocht in 2007. Hoe werkt deze methode?
Zodra we aankomen op een hotelkamer zoeken we de muren af waar

we een waslijntje aan vast kunnen knopen. Erg luxe is het als we buiten een lijntje kunnen vinden. Als dat gebeurd is ga je zelf onder de douche of in bad, soms met kleren aan en soms ook niet. Onder de douche of in het bad worden daarna de kleren gewassen. Dit doe ik met babyshampoo van Zwitsal. Daarna wordt alles goed uitgespoeld en uit gewrongen.
Op een hotelkamer heb je meestal 2 handdoeken. In de grootste worden de natte kleren ingerold en over de rol ga je dan heen lopen zodat het water uit de kleren wordt geperst. Nadien wordt alles op het lijntje gehangen om te drogen. Succes is verzekerd want de kleren zijn de volgende morgen droog.

16 September 2009

16 september 2009
dag 16

Puebla de Sanabria naar Vérin-Monterei
weer 12°-18°, mistig, dreigende wolken
overnachting Hotel Gallego www.hotelgallego.com
dagafstand 107 km, totale afstand 910 km
hoogte 393 m

 

Na het ontbijt met lunchpakketfaciliteiten om 10.00 uur vertrokken. Wat begint het ontbijt in Spanje toch altijd laat. Dreigende wolken aan de hemel en een temperatuur van ca. 12°. Ben had het na 10 km zo koud dat hij over z’n jack ook nog de winddichte regenjack aan deed. Er vielen een paar druppels regen maar te weinig om echt nat van te worden. Ook waaide er een koude noord westen wind, 5-6 beaufort waar we vooral in de middag last van hebben gehad. Af en toe scheen de zon en dan was het weer een lekker temperatuurtje. Ook zagen we een wandelaar en zowaar 1 fietser.

De eerste 30 km waanden we ons in de Ardennen, kilometers lange hellingen van 5-7%. We stegen van 900 naar 1337 meter, het hoogste punt van onze route en eindelijk was daar de tunnel van Padornelo, 435 meter lang. Daarna bleven we op en neer gaan tussen 1300 en 925 meter en tot het klimmen opnieuw begon naar de tunnel de la Canda, 447 meter lang. Deze vormt de grens van Castilië y León met Galicië.
Bijna de hele dag reden we parallel aan de autovia A- 52. In zuidelijke richting kijk je over het spectaculair groene hooggebergte naar Portugal en in de verte voor je zie je de bergen langzamerhand wat lager worden.

☼  Galicië

Ligt in het noord westen van Spanje in het verlengde stuk boven Portugal.
Het is een bergachtig gebied tot boven de 2000 m. Door de vele regens is het overvloedig en rijk begroeid. Het landschap is oorspronkelijk, grillig en van een grote schoonheid. De mensen wonen op het land versnipperd vooral als keuterboeren.
Boeren en vissen waren tot voor kort de hoofdactiviteiten en de Keltische invloeden zijn overal aanwezig. Dit uit zich in de symbolieken bij religieuze afbeeldingen op kruizen en kerken en de Gaita (doedelzak) wordt nog volop gebruikt.
Oude heksen sages en natuurkrachten spelen nog altijd een grote rol in dit geheimzinnige land. De Melkweg wees de weg naar het einde van de wereld; Finis Terrae nu Fisterra. De zon ging hier onder en op de stranden van de platte aarde hield men ceremoniën. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat in deze traditie Santiago, de tegenwoordige hoofdstad, is ontstaan. In onze tijd trekken de 2,7 miljoen Galiciërs naar de steden en dit zorgt voor verlaten dorpen. De taal lijkt veel op Portugees en heeft een eigen status.
Galicië is altijd onderdeel geweest van het koninkrijk Castilië en León.
Het eten is rijk en afwisselend met veel vis, vlees, groenten en wijn.
De onvoorbereide buitenlander, met het Spanje van de Costa’s voor ogen, vraagt zich af waar hij zit en waant zich ergens anders!

Omdat er steeds nog een spaak vernieuwd moest worden, besloten we door te rijden naar Verin. Daar werden we verwezen naar dè fietsenmaker van Vérin, “Bicicletas Matias”, Ctra de Laza 4. die het klusje voor € 5,00 klaarde. Pas om 19.30 uur vonden we een hotel 2,5 km buiten Vérin en hadden er vandaag 107 km zwoegen opzitten. Veel cultureels was er onderweg niet te zien.

15 September 2009

15 September 2009
dag 15
 
Tabara naar Puebla de Sanabria
goed fietsweer 22°
overnachting Hotel Enrimary 
dagafstand 67 km, totale afstand 803 km
hoogte 955 m

 

Vannacht geslapen in een groot bezemhok. Alles erg klein en eng. We zijn wakker geworden van opstartende vrachtauto’s en hebben onze bezemkast verlaten om 8.00 uur. De andere slaapgasten waren een combinatie van Peru indianen en de bad guys uit de bioscoop. Het was koud dus jack aan. Ons desayuno stond in Restaurant El Roble weer te wachten, café con leche en churros. Dit zijn gefrituurde deegstaafjes.
Bij het ontbijt zagen we nog 3 wandelaars, de overige 17 waren vermoedelijk al vroeg vertrokken.
De weg was eentonig en de drukke N-631 ruilden we in voor de rustige N-525. Goed te fietsen maar het is alleen maar stampen, bergje op en bergje af maar ondertussen klommen we wel van 700 naar 1180 meter hoogte. Nog steeds hebben we niet het camino gevoel en er zijn nauwelijks punten langs de weg te zien die herinneren aan een historische route. Het is gewoon een weg van A naar B. Wel met een mooie naam nl. Camino de Sanabria de la Via de la Plata. Misschien hadden we de via moeten wandelen om er meer van te beleven. We fietsen in westelijke richting boven langs Portugal en in de verte lonken de bergen. Gelukkig na al die saaie boel sinds Salamanca. De eerste windmolens duiken op en die zien we nog wel even. De bergen om ons heen zijn best indrukwekkend maar veel tijd om te kijken hadden we niet want we moesten ons concentreren op het verkeer, paaltjes en ribbeltjes en de diepe sloot naast onze smalle fietspad.
Om 10.00 uur, daar gingen we weer. Ik, Jan, heb weer een gebroken spaak. Het uiteinde maar weer vastgeplakt en als gevolg hiervan worden de afdalingen en beklimmingen weer een stuk beperkter in snelheid.
Santa Croya-, Sancta Maria-, Camarzana-, Calzada-, Vega de- met allemaal Tera erachter komen voorbij. De Tera is een rivier en alle plaatsen worden hier naar vernoemd. Over een heidelandschap gaat het richting Mombuey verder. In de verte komen de bergen steeds dichterbij en de windmolens zijn al beter zichtbaar.
De naam Mombuey doet me steeds denken aan Bombay, maar blijkt een nietszeggend plaatsje te zijn met lintbebouwing. Ooit stond het bekend om zijn geneeskrachtige baden maar rond 1970 begon de grote leegloop. Wel een mooie plaats voor een barstop met café con Leche. Even verder in Asturianos een klein kerkje gezien met aan de buitenkant een aalmoes-gleuf en een herinneringsplaquette annex wegwijzer aan de camino. Hè, hè, eindelijk. Ben heeft mij ervan moeten weerhouden mijn hele vermogen in deze gleuf te stoppen. Galicië komt steeds dichterbij Uiteindelijk komen we, na een 2e koffiestop met donuts als lunch, om 14.30 uur aan in Puebla de Sanabria, een chique hotel maar wel verdomd duur. Eigenlijk moeten we daarover niet zeuren want we hebben gewoon niet naar een goedkoper alternatief gezocht. Dat komen we wel steeds tegen als we de stad gaan bekijken. De receptioniste van het hotel weet geen fietsreparateur te vinden in de omgeving. Ik heb nog geprobeerd zelf de spaak te vernieuwen maar dat lukte niet met het beperkte gereedschap dat ik bij me had. Omdat ik vandaag ook al 40 km met een gebroken spaak heb gefietst gaan we morgen gewoon verder en zoeken onderweg naar een fietsenmaker. Het blijft dus nog aankwakkelen en hopelijk wordt de pech niet groter.

Puebla de Sanabria
Dit oude stadje, met zijn nauwe, steile keienstraatjes en een unieke mengeling van snoeverige huizen en volksarchitectuur, is tegen een top aangebouwd. In dit stadje wonen 2000 mensen en is het centrum van het natuurgebied Sanabria met natuurparken en het grootste natuurlijke meer in Spanje; het Lago de Sanabria. Puebla de Sanabria kent verder een opvallende mengeling van huizen, duidelijk gebouwd in de Castiliaanse stijl, en huizen in de kenmerkende Galicische bouwstijl met grote zuilengangen in de serres. Galicië is immers niet ver meer. Op het hoogste punt is het 15e eeuwse kasteel van Los Benauente. Vanaf dit kasteel heb je een schitterend uitzicht over de omgeving. De burcht uit 1400 ligt op een berg midden in het dal, een geweldig strategische locatie, en zie je van verre liggen. Een ander belangrijk historisch bouwwerk is de 12e eeuwse kerk Santa Maria del Azogue. De kerk is uit 1200 en in het portaal staan een paar opvallende beelden uit deze tijd. Het lijken niet zozeer heiligen maar meer edellieden. Stichters van de kerk? De bijzonderheid van het dorp is dat men eenmaal per jaar een onderlinge veldslacht levert met tonnen tomaten waar de bewoners trots op zijn. Wat moet dat een ongelooflijke smurrie opleveren. In de plaatselijke mercado een flesje wijn en kaas gekocht. De kruidenier komt je hier nog persoonlijk adviseren. Echt een ouderwets papa en mama bedrijfje zoals je die bij ons niet meer ziet.
Samen zitten borrelen op de hotelkamer en daarna was het dutjestijd. En die duurde tot 21.00 uur want eerder konden we toch niet eten. In het restaurant een prima menu del dia op voor € 14,00 bestaande uit suppa, pollo con frites, helada of frutto del dia, vino tinto y agua sin gas. Om 23.30 uur ons bedje opgezocht en heerlijk gaan slapen.

14 September 2009

14 september 2009
dag 14

Zamora naar Tabara
goed fietsweer 24°
overnachting Hotel Galicia 
dagafstand 50 km, totale afstand 736 km
hoogte 751 m

Vandaag zijn we laat opgestaan omdat we naar de fietsenmaker moesten om de gebroken spaak van mijn fiets te laten vernieuwen. “Bicishop” zat bij ons hotel om de hoek aan de Calle  de la Puebla.  Precies in openings-tijden was hij niet want op de deur stond dat hij om 10.00 uur openging maar meneer “Bicishop” en z’n monteur kwamen pas om 10.30 uur. Het was een winkeltje van 6 x 3 meter en een werkplaats van 6 x 2 meter en zodanig volgepropt met fietsen dat je je kont niet kon keren. Mijn fiets ging direct onderhanden en met de grootst mogelijke precisie werd de spaak vernieuwd, alle spaken gecontroleerd  en gespannen. Tot slot werden alle tandwielen gepoetst voordat ze werden gemonteerd. En dat alles in 35 minuten voor  € 6.00.

11.30 uur reden we Zamora uit met windstopper aan. Prima temperatuur, 24°, om te fietsen met wel een windje 4-5 van voren. Omdat we zo laat konden vertrekken hebben we dus onze route wat aangepast om er zeker van te zijn dat we ’s avonds ergens konden slapen. We fietsten over de N-630 en die riep trauma’s op van onze fietstocht van 2 jaar geleden over de N-120.  Veel vrachtverkeer

De Carretera splitst zich na 25 km in de N-631 naar Sanabria en de N-630 gaat verder naar Benavente.
Het landschap was lichtgolvend met af en toe een pittige klim, uitlopers van de Meseta. De natuur zag er vriendelijker uit en was niet meer zo dor. We staken de Rio Esla over en deze prachtige brede rivier meanderde door het lichtgolvende landschap. Dit bood ook een wat leuker aanblik. De restanten van de oude brug, Puente Quintos, zie je, fietsend over de tegenwoordige brug, beneden aan de linkerzijde, verzonken in het water liggen. En vooral vraag ik me af hoe men vroeger met paard en wagen hier tegen de steile hellingen omhoog gekomen is?
Het is stil met een ongerepte natuur en alleen een enkele visser staat aan de oever. Het landschap is als bij toverslag veranderd in een heuvelachtig boslandschap en een weldaad voor het gemoed na de lange, eindeloze en kale Meseta.
Vanaf nu wordt het beter en op gaat het door steeneiken bossen naar het stuwmeer van de Rio Esla. Deze rivier kennen we nog van de stad Mansillas de las Mullas, op de Camino Francès, dicht bij León. Ze ontspringt in het noordelijke Cantabrisch gebergte en komt uit in de Rio Duero.
Af en toe zagen we een paar pelgrims wandelen. Om 16.00 uur fietsten we Tabara in. Het plan was om hier in een pelgrimsrefugio te gaan slapen maar toen Ben de 20 stapelbedden op een rijtje zag staan, werd dit plan afgewezen. Bovendien waren er te veel vliegen en een niet opgeruimde keuken. Toen we daar weer vertrokken kwamen nog 2 wandelaars aangelopen en daarmee waren alle 20 bedden dus bezet. We hadden nog een alternatief want de eigenaar van Restaurant El Roble had ook nog een camas. Een overjarig wegrestaurant annex hotel met vreemde typetjes als medegasten. Het zou kunnen dat we vannacht nog bezoek krijgen maar bij ruimhartige pelgrims is altijd wel een plaatsje vrij.

 ’s Avonds hebben we  een pelgrimsmenu gegeten in El Roble. Ouderwetse heerlijke gele kippensoep, kalfsvlees met frites, meloen als toetje, brood, wijn en water waren inclusief. En we betaalden er € 8,- pp. voor. Er waren nog een paar andere maar teruggetrokken pelgrims. Over een pikdonkere weg teruggefietst naar onze camas en in een net zo donkere garage onze fietsen op de tast gestald. Om kwart voor tien zijn we op stok gegaan.

13 September 2009

13 september 2009
dag 13

Salamanca naar Zamora
heet 40°
overnachting Hotel Sayagues 
dagafstand 82 km, totale afstand 687 km
hoogte 687 m


Half negen, 18°. Na een goed ontbijt met een stiekem klaargemaakt lunchpakket vertrokken uit Salamanca. We zitten direct op de goede route maar dat kan ook niet anders met zo’n perfecte GPS. We missen wel de saluutschoten die we meestal horen als we vertrekken want er zijn hier veel jagers.

Even later hoor ik knallen. De jacht is hier kennelijk vrij en men schiet alles wat voor de loop komt. (overal borden Privado de Caza) Het enige klein wild dat hier te zien is, is zo nu en dan een patrijs en die zijn toch wel zielig klein. Het landschap is van een verbluffende saaiheid, eindeloos rechttoe rechtaan. Droge kost. Er is zelfs geen stier te zien. Na 2 uur fietsen krijgen we in een koffietentje als arme pelgrims gratis 4 sneetjes geroosterd brood met knoflook en olie aangeboden van een zeer vriendelijke maagd. En dat ze nog maagd was begrepen we wel, zo lelijk was ze. Omdat het zondag is hebben we bij de koffie donuts genomen. Enkele nog gele zonnebloemvelden fleuren het landschap op. Niet echt leuk fietsen in deze verschroeide aarde met stinkende mest. De inspanning blijft gericht op het klimmen van de eerste 40 km en schieten toch goed op. 12.10 uur spaakbreuk bij Jan. Noodgedwongen een fietsenmaker te zoeken maar die zijn op zondag onvindbaar. Gaan op halve kracht verder en Zamora verkennen waar we om 14.00 uur aankwamen. We komen aan bij de Rio Duero met de middeleeuwse brug en hebben een mooi gezicht op de stad en de oude kathedraal.

De reparatie van de spaak kan pas om 10.00 uur maandagmorgen. Is een normale openingstijd voor Spanjaarden.


☼  Rio Duero

De Duero is met ca. 900 km een van de grote rivieren in Spanje. Ze ontspringt in het noordelijke Cantabrisch gebergte en wordt gevoed door de regen van de Atlantische Oceaan en de smeltende sneeuw in het voorjaar. Dit betekent ’s winters veel water met woeste stromen en zomers een kalm kabbelende rivier in een lage bedding.
In de rivier zijn veel stuwmeren aangelegd, vooral in Portugal. De rivier vormt 112 km de grens en loopt verder 200 km door Portugal, voordat ze bij Porto in de Oceaan uitmondt. Aan de oevers groeien hier de portdruiven, welke als wijn versterkt met Aguadente (soort brandy van druiven) de bekende Portwijn vormen.

 Zamora is een mooie stad met een prachtige oude binnenstad vol monu-menten en werd gesticht door de Romeinen. In 893 is Zamora heroverd door de katholieke vorsten, hoewel de stad een eeuw later nog even Moors was. Als hoogtepunten vind je in Zamora een ‘castillo’ en ‘catedral’ en verder nog 13 kerken.

Het castilo ligt hoog en je overziet de hele omgeving. Gebouwd tussen de XI en XVII eeuw. Herbouwd door Ferdinand in de vijftiende eeuw.  Zamora was een belangrijk bolwerk in deze eeuwen, eerst tegen de Moren en later tegen de Span-jaarden en Portu-gezen. Bij de be-legering van Zamora werd de koning van Castilië en Sancho in 1072, ver-moord door Vellido Dolfos.

La Catedral de Zamora fue construida en las décadas centrales del siglo XII y patrocinada por el rey Alfonso VII el Emperador y su hermana Doña Sancha.De kathedraal van Zamora werd gebouwd in het midden van de 12e eeuw en in opdracht van koning Alfonso VII de keizer en zijn zuster Doña Sancha. Het meest opmerkelijke van de kathedraal is de koepel, die van de Byzantijnse oorsprong is. Oorspronkelijk was het een groot gebouw met drie beuken, een transept en een absis. In de kathedraal is het Semana Santa museum gevestigd maar dat hebben wij niet bezocht

De Plaza Mayor is weer overvol met Spanjaarden en tig ooievaars die overvliegen. Nonnen in overvloed, geen broeder gezien. Morgen slapen we dus verplicht uit en dat geldt ook voor mij, zegt Ben. Hij wilt me vastbinden met een waslijn want anders ben ik er toch weer om 6.00 uur uit. Morgen willen we na de reparatie toch nog 60 km fietsen maar we moeten wel onze route daarvoor verlaten omdat er anders geen slaapgelegenheid is. Zal wel een pelgrimsrefugio worden. ’s Avonds hebben we hier niet lekker gegeten op de Plaza Mayor. We kijken uit op de kerk van San Juan en met de schemer vliegen grote aantallen ooievaars af en aan en strijken neer op de kerktoren.