Epiloog
Aan iedere Camino houd je een ander gevoel over. Mijn eerste Camino, de Camino Francès, van Heerlen naar Santiago de Compostela in 2007 was een geestelijke ervaring, een onderdompeling in het onbekende, een bijzonder periode in mijn leven. Het was mijn Camino.
De enige gelijkenis tussen de Camino Francès en de Via de la Plata is de eindbestemming.
De Via de la Plata of de Zilverroute is een ontdekkingstocht dwars door Spanje van zuid naar noord door onbekende streken en natuurparken. We hebben genoten van de vergezichten, de prachtige steden en van het avontuur. De natuur kan er erg mooi zijn maar daar hebben we doorgaans weinig van gezien omdat alles ontzettend dor en droog was.
Op de Via de la Plata kom je geen massa toerisme en pelgrims tegen en daardoor voelde je je weleens alleen en eenzaam. Geen lotgenoten met hun ervaringen en verhalen. In totaal hebben wij 2 fietsers ontmoet, 1 Duitse wandelaar en 3 Franse wandelaars en nog een aantal Spanjaarden. Ongetwijfeld zullen er meer pelgrims onderweg zijn geweest maar die hebben wij niet getroffen of gesproken. Toch zijn er overal goede hostalletjes en veel albergues. En honger hebben we ook niet hoeven te lijden want restaurantjes waren er ook genoeg. Wel was het slecht gesteld met het ontbijt ’s morgens. Op een paar cackjes of churros, daar konden we echt geen kilometers op fietsen.
Met de verschillen in natuur en omgeving hebben we steeds weer andere ervaringengehad:
*Andalucia met de mooie witte dorpen;
*Extremadura het ruwe en dorre rood, hier zie en voel je de hardheid van de natuur, de felle kleuren, de brandende zon met een staalblauwe hemel;
*Daarna komt het groene beboste berggebied bij Sanabria.
*De overschakeling naar Galicia varieert van groen naar grijs om grauwgrijs te worden in Santiago.
Wat is mij het meest bijgebleven:
* De fietstocht in het pikkedonker en over de snelweg van de luchthaven naar ons hotel in Sevilla;
*Sevilla, de machtige kathedraal Giralda, de wijk Santa Cruz, een waar doolhof van straatjes, pleintjes en schitterende patio’s;
* De zware start en beklimmingen van de eerste 2 dagen;
*El Real de la Jara het verblijf bij Carmen en de hulpvaardige nonnen;
*Mérida wat een stad vol antiek, Romeinse historie en…op de fiets alle bezienswaardigheden bezocht. Een voor mij totaal onbekende stad;
*Cáceres een juweeltje van een antiek goed bewaarde ommuurde kern;
* Poort van de Taag waar we nauwlettend vanuit de lucht in de gaten werden gehouden door 27 vale gieren;
* Het hobbelige 7 km lange zanderig karrenspoor dat Via de la Plata heet met de triomfboog Arco de Cáparra en de opgegraven ruines;
*San Pedro de Rosados met z’n rustige albergue waar we met een zweverige Duitse vrouwelijke pelgrim het huis deelden;
*Salamanca het hoogtepunt van de rit, een echte bruisende droomstad met de in barokstijl opgetrokken en mooiste “Plaza Mayor” van Spanje;
*Zamora de grootste verrassing van alle steden en dorpen, onbekend maar een prachtig bewaarde stad met vele mooie gerestaureerde gebouwen en kerken;
*Pueblo de Sanabria rustig bergstadje op de rots;
*Padomelo afzien en het klimmen naar de tunnels;
*Vérin met eindelijk na 150 km een fietsenmaker gevonden die de gebroken spaak in mijn achterwiel kon vervangen;
*Allariz, het mooiste plaatsje op dit deel van de route waar we werden aangesproken door een Spaanse Bosschenaar;
*De eeuwen oude Romeinse mijlpalen, de milliario, soms langs de route;
*Ourense het slechtste 4 sterren hotel ooit;
*Helaas de ontdekking van Ben dat Santiago geen 150 km meer was maar 105 km waardoor we een stuk van de route hebben moeten afsnijden omdat hij geen meter extra meer wilde fietsen;
*Santiago de Compostela de aankomst op het plein aan de Kathedraal waar Ellen en Maarten stonden om ons in te halen.
Ik kwam opnieuw op veel plaatsen waar ik het bestaan niet kon van vermoeden en kwam in contact met de plaatselijke bevolking, soms vriendelijke en behulpzame maar soms oh zo knorrige mensen. Rijk waren ze niet.
De tocht was zwaar, het was nooit vlak. Je moest geen cols beklimmen maar hellingen en bergen volgden elkaar vlug op. De hoogteverschillen waren wel enorm. Sevilla ligt op zeeniveau (0m) en de grens van Extremadura al op 700m, Béjar op 950m, de tunnel Padornelo op 1320m en Santiago dan weer op 250m hoogte. Maar dat zegt niet alles, het blijft voortdurend op en af gaan.
De grootste moeilijkheidsgraad gaf de enorme hitte, 16 dagen lang temperaturen tussen de 35 en 40°C en de brandende zon op je rug. We vertrokken ’s morgens om 8.00 uur omdat het dan pas licht was en wij niet in het donker durfden te fietsen tussen de dikwijls hardrijdende en roekeloze Spanjaarden.
De wegen zijn afwisselend goed tot zeer slecht. Soms met weinig autoverkeer en soms scheuren de auto’s en vrachtwagens op een meter afstand langs je. Er is voor elk wat wils maar je moet vooruit…….zand, grevel, keien en asfalt met en zonder gaten. Langs de wegen is er weinig schaduw.
Maar………ik heb genoten van elk moment. Elke dag was een verrassing. Elk dorp, elke stad, alle vergezichten waren droommomenten.
Wetend dat ze je dat nooit meer kunnen afnemen, is………….. heerlijk fantastisch!
Ben, bedankt je bent een fijne vriend en fietsmaat, soms mopperend maar aan het einde van de dag altijd gezellig en vol humor. We kenden elkaar al erg goed maar hebben elkaar weer beter leren kennen.
Bedankt iedereen die erbij betrokken was.
Jan